Reserve voor langdurige zorg op Curaçao geslonken tot bijna nul

WILLEMSTAD – Het noodkussen voor de langdurige en chronische zorg op Curaçao is vrijwel verdwenen. De wettelijke reserve van de Algemene Verzekering Bijzondere Ziektekosten had eind 2025 bijna vijftien miljoen gulden moeten bedragen, maar stond afgerond op slechts 130.000 gulden. Dat blijkt uit de jaarrekening 2025 van de Sociale Verzekeringsbank.
De AVBZ is de volksverzekering voor mensen die chronisch ziek zijn of door ouderdom, ziekte of complicaties zo verpleeg- of zorgbehoeftig zijn dat zij niet meer zelfstandig kunnen functioneren. Het gaat daarmee om een van de meest kwetsbare groepen in de zorg.
Volgens de jaarrekening moet de wettelijke reserve van het AVBZ-fonds gelijk zijn aan achttien procent van de gemiddelde jaarlijkse uitkeringen over de afgelopen vijf jaar.
Onverwachte tegenvallers
Dat betekent niet dat de chronische zorg direct zonder geld zit. De reguliere zorguitgaven worden nog steeds betaald uit premies, bijdragen en andere inkomsten. Maar het fonds heeft nauwelijks eigen reserve meer om onverwachte tegenvallers op te vangen.
Die reserve is juist bedoeld voor plotselinge kostenstijgingen of premie-uitval. De SVB noemt als voorbeelden calamiteiten zoals massale ongelukken of epidemieën. De coronapandemie kwalificeerde volgens de SVB als zo’n crisis. Vanaf 2020 zijn wettelijke reserves aangesproken vanwege extra kosten en premie-uitval door COVID-19.
Reserves
De AVBZ had in 2025 bijna 87 miljoen gulden aan baten. Daarvan bestond afgerond tachtig miljoen gulden uit premiebaten. Aan uitkeringen ging ruim 83 miljoen gulden de deur uit. Na administratiekosten en andere lasten bleef vóór toevoeging aan de reserve slechts 130.000 gulden over. Dat bedrag is volledig toegevoegd aan de wettelijke reserve.
Daarmee is de reserve wel iets hersteld ten opzichte van 2024, toen het saldo op nul stond. Maar vergeleken met de wettelijke norm en met de jaarlijkse omvang van de zorguitgaven is het herstel minimaal.
Kwetsbaar
De zwakke reservepositie maakt het fonds kwetsbaar. Als de kosten van langdurige zorg plotseling stijgen, of als premie-inkomsten tegenvallen, is er nauwelijks ruimte om dat binnen het AVBZ-fonds zelf op te vangen. Dan moet dekking mogelijk komen uit lopende inkomsten, het Schommelfonds, extra overheidsbijdragen, hogere premies of ingrepen in de uitgaven.
De jaarrekening maakt niet duidelijk hoe de SVB of de overheid de wettelijke reserve weer op niveau wil brengen. Ook staat er niet bij op welke termijn het tekort van ruim 14,5 miljoen gulden moet worden aangezuiverd.
Het College financieel toezicht noemt geen apart herstelpad voor de vrijwel lege AVBZ-reserve. Wel dringt het college al langer aan op structurele hervormingen in de zorg en sociale zekerheid, actualisering van de SVB-ramingen en een meerjarig beeld van de sociale fondsen en het schommelfonds. Daarmee legt het Cft de nadruk niet op een eenmalige aanzuivering van de AVBZ-reserve, maar op structurele beheersing van de fondsen.




































